Waarom grote technologische revoluties altijd hetzelfde patroon volgen deel 4 - Uiteindelijk verandert niet de machine, maar de mens

,

Tekening van man en hersens (foto Pixabay)

In de eerste drie delen van deze serie volgden we een patroon dat verrassend vaak terugkeert in de geschiedenis. Iedere grote technologische revolutie begint met een uitvinding, groeit uit tot een infrastructuur en verandert uiteindelijk de economie. Van de stoommachine tot elektriciteit, van de computer tot internet: telkens zagen we hetzelfde proces. Toch ontbreekt er nog een hoofdstuk. Want wanneer de infrastructuur eenmaal is gebouwd en de technologie gemeengoed wordt, gebeurt er iets dat misschien wel de grootste verandering van allemaal is. Niet de machine verandert, maar de mens. Dat klinkt als een filosofische uitspraak, maar de geschiedenis laat zien dat dit heel concreet is.


Klik hier voor deel 1 uit deze serie

Klik hier voor deel 2 uit deze serie

Klik hier voor deel 3 uit deze serie


Technologie verandert ons gedrag
Vraag iemand hoe laat het is en de kans is groot dat hij op zijn smartphone kijkt. Vraag de weg en vrijwel niemand pakt nog een papieren wegenkaart uit het dashboardkastje. Wie een vakantie plant, bladert niet meer door een reisgids, maar opent een zoekmachine of een reisapp. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar nog geen dertig jaar geleden deden we al die dingen anders.

Technologie heeft ons gedrag veranderd zonder dat we het bewust hebben gepland. Sterker nog, veel van die veranderingen merken we nauwelijks meer op. We vinden het normaal dat we honderden telefoonnummers niet meer uit ons hoofd kennen. Waarom zouden we ook? Onze smartphone doet dat immers voor ons. We onthouden minder straatnamen omdat navigatiesoftware ons overal naartoe leidt. We slaan minder feiten op in ons geheugen omdat een zoekmachine binnen enkele seconden een antwoord geeft.

Psychologen spreken wel over ‘cognitieve uitbesteding’. Daarmee bedoelen ze dat mensen bepaalde mentale taken overlaten aan hulpmiddelen. Dat is op zichzelf niets nieuws. Een notitieblok is ook een vorm van extern geheugen. Een rekenmachine neemt hoofdrekenen over. Maar met computers en internet heeft die ontwikkeling een enorme vlucht genomen.

Iedere revolutie verandert de mens
Dat patroon zien we eigenlijk al veel langer. De stoommachine veranderde niet alleen de industrie. Zij veranderde de manier waarop mensen werkten. Fabrieksfluiten bepaalden ineens het ritme van de dag. Werk werd georganiseerd rond de klok in plaats van rond de seizoenen.

Elektriciteit veranderde niet alleen onze huizen. Zij verlengde de dag. Winkels bleven langer open. Avondonderwijs werd vanzelfsprekender. Het sociale leven verschoof.

De auto gaf mensen letterlijk meer bewegingsvrijheid. Plotseling werd het mogelijk om tientallen kilometers van het werk te wonen. Steden groeiden anders. Vakanties werden toegankelijk voor veel grotere groepen mensen.

Internet bracht opnieuw een verandering teweeg. Niet alleen omdat informatie overal beschikbaar kwam, maar ook omdat communicatie vrijwel direct werd. E-mail, sociale media en videobellen veranderden verwachtingen. Wie vroeger een brief stuurde en een week op antwoord wachtte, verwacht nu soms binnen enkele minuten een reactie.

Technologie verandert dus niet alleen wat we kunnen. Zij verandert ook wat we normaal vinden.

AI is anders dan eerdere technologie
Juist daarom roept kunstmatige intelligentie zoveel vragen op. Vrijwel alle eerdere technologische revoluties namen ons lichamelijk werk uit handen. Machines konden zwaarder tillen, sneller rijden of nauwkeuriger produceren dan mensen. Later namen computers steeds meer administratieve taken over. Zij konden sneller rekenen, gegevens opslaan en processen automatiseren.

AI lijkt een volgende stap te zetten. Voor het eerst beschikken we over systemen die teksten schrijven, samenvattingen maken, software programmeren, afbeeldingen ontwerpen, vertalen, redeneringen volgen en steeds vaker ook zelfstandig problemen helpen oplossen.

Dat betekent niet dat AI denkt zoals mensen denken. Daarover bestaat in de wetenschap nog volop discussie. Wel betekent het dat AI steeds meer taken uitvoert die we lange tijd als typisch menselijk beschouwden. En juist daarom voelt deze revolutie anders.

De les van The Terminator
Wie over kunstmatige intelligentie schrijft, ontkomt bijna niet aan films als The Terminator. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft die filmreeks het beeld versterkt van een superintelligente computer die besluit de mensheid uit te schakelen. Dat scenario behoort voorlopig nog altijd tot de wereld van de sciencefiction.

Toch is het interessant waarom juist deze films zo tot de verbeelding spreken. Niet omdat we werkelijk verwachten dat robots morgen de macht overnemen, maar omdat ze een veel fundamentelere vraag stellen. Wat gebeurt er wanneer de mens niet langer de enige intelligente actor is die complexe problemen kan oplossen? Die vraag is vandaag relevanter dan ooit.

Niet omdat AI bewustzijn heeft ontwikkeld, maar omdat steeds meer mensen dagelijks samenwerken met systemen die adviseren, schrijven, ontwerpen, programmeren en analyseren. De discussie gaat daardoor steeds minder over robots en steeds meer over samenwerking.

Van gereedschap naar partner
Eeuwenlang maakten mensen gereedschap. Een hamer versterkte onze spierkracht. Een microscoop versterkte ons zicht. Een telescoop bracht verre sterren dichterbij. Een computer versterkte ons vermogen om te rekenen. AI lijkt iets nieuws te doen.

Voor het eerst ontstaat gereedschap dat niet alleen een fysieke of administratieve taak ondersteunt, maar ook meedenkt. Natuurlijk binnen duidelijke grenzen en gebaseerd op statistische patronen, niet op menselijk bewustzijn. Toch voelt de ervaring voor veel gebruikers anders.

Wie dagelijks met AI werkt, merkt dat de computer niet langer alleen opdrachten uitvoert, maar ook suggesties doet, ideeën aandraagt en alternatieven voorstelt. Daarmee verschuift de relatie tussen mens en machine. Niet van mens naar concurrent, maar van mens naar samenwerkingspartner.

De echte infrastructuur
In het vorige deel concludeerden we dat AI waarschijnlijk meer lijkt op elektriciteit dan op traditionele software. Niet omdat beide hetzelfde doen, maar omdat zij een enorme nieuwe infrastructuur vereisen. Toch is er misschien nog een tweede infrastructuur die minstens zo belangrijk is: onze manier van denken.

Net zoals scholen zich ooit moesten aanpassen aan de komst van computers, zullen onderwijs, wetenschap, journalistiek en tal van andere beroepen zich opnieuw moeten afvragen welke kennis mensen zelf moeten beheersen en welke taken zij veilig kunnen overlaten aan intelligente systemen. Dat vraagt niet alleen om nieuwe technologie, maar ook om nieuwe vaardigheden.

Kritisch denken wordt belangrijker dan ooit. Niet omdat AI altijd ongelijk heeft, maar omdat mensen moeten kunnen beoordelen wanneer een antwoord klopt, wanneer context ontbreekt en wanneer menselijke ervaring onmisbaar blijft.

De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar rijmt vaak
De Amerikaanse schrijver Mark Twain wordt vaak – waarschijnlijk ten onrechte – geciteerd met de uitspraak: “History doesn’t repeat itself, but it often rhymes.” Los van de vraag of hij het werkelijk heeft gezegd, vat de zin een belangrijk historisch inzicht samen.

Geen enkele technologische revolutie verloopt precies hetzelfde. De stoommachine is geen elektriciteit. Internet is geen AI. Toch herkennen we steeds dezelfde beweging. Eerst ontstaat een nieuwe technologie. Daarna bouwen we de infrastructuur. Vervolgens verandert de economie. En uiteindelijk verandert de mens.

Misschien kijken historici over vijftig jaar niet alleen terug op deze periode als het begin van het AI-tijdperk. Misschien zullen zij vooral zien hoe wij onze manier van werken, leren, communiceren en denken opnieuw vormgaven.

Dat zou betekenen dat de grootste verandering van deze revolutie niet in de machines plaatsvond. Maar in onszelf. Misschien is dat wel de belangrijkste les van de afgelopen tweehonderd jaar technologische geschiedenis. Grote revoluties worden zelden bepaald door de machines die we bouwen. Zij worden uiteindelijk bepaald door wat mensen besluiten met die machines te doen.

En juist daarom is de toekomst van kunstmatige intelligentie niet alleen een technisch vraagstuk. Het is vooral een menselijk vraagstuk.

Marco Mekenkamp 120x120Over de auteur

Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.

'Meld je aan voor de nieuwsbrief' van HCC!artificieleintelligentie

'Abonneer je nu op de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden