De gedachte dat kunstmatige intelligentie massaal banen vernietigt, duikt de laatste tijd opvallend vaak op in nieuwsberichten over reorganisaties. Maar volgens Geert-Jan Waasdorp, directeur van arbeidsmarkt Intelligence Group, is dat beeld vooralsnog sterk overdreven. AI wordt nu vooral gebruikt als verklaring achteraf, niet als daadwerkelijke oorzaak van ontslagen. In veel organisaties is de inzet van AI-tools, zoals Microsoft Copilot, zelfs nog nauwelijks van de grond gekomen.
Het klinkt aantrekkelijk voor bedrijven om te zeggen dat AI mensen vervangt. Het suggereert moderniteit, innovatie en vooruitgang. De realiteit is echter dat de meeste organisaties nog in een experimentele fase zitten. Van structurele vervanging van menselijk werk door AI is nauwelijks sprake. Waar AI wél zichtbaar taken overneemt, bijvoorbeeld in callcenters of communicatieafdelingen, ontstaan tegelijkertijd nieuwe werkzaamheden: toezicht, kwaliteitscontrole, training van systemen en interpretatie van uitkomsten.
Personeelskosten, niet algoritmes
Dat er in 2025 meer ontslagen zijn gevallen dan in eerdere jaren, valt volgens Waasdorp vooral te verklaren door oplopende personeelskosten en organisaties die “te ruim in hun jasje” zijn gaan zitten. AI fungeert daarbij soms als een handig narratief, maar vertelt niet het hele verhaal. Sterker nog: er zijn steeds meer aanwijzingen dat AI per saldo meer werk creëert dan vernietigt. Alleen ziet dat werk er anders uit dan voorheen.
Werk verdwijnt niet, het verandert
Voor sommige beroepen voelt de druk van AI wel degelijk reëel. Vertalers, softwareontwikkelaars en contentmakers merken dat AI-tools sneller en goedkoper basistaken kunnen uitvoeren. Dat betekent echter niet dat deze beroepen verdwijnen. Ze veranderen. Wie AI slim weet te gebruiken als hulpmiddel, vergroot juist zijn waarde op de arbeidsmarkt. Wie vasthoudt aan puur ‘oldschool’ werken, loopt het risico buitenspel te raken.
Dit beeld wordt inmiddels ondersteund door internationale cijfers. Uit recente Amerikaanse onderzoeken blijkt dat juist in beroepsgroepen die theoretisch het hardst door AI geraakt zouden worden, de vraag naar personeel is toegenomen ten opzichte van twee jaar geleden. De vraag is alleen anders geworden: meer gericht op regie, creativiteit, domeinkennis en kritisch denken.
Wat betekent dit voor HCC-leden?
Voor HCC-leden is dit een belangrijk signaal. AI is geen bedreiging die je moet vrezen, maar een ontwikkeling die vraagt om nieuwsgierigheid en bijblijven. De echte kloof ontstaat niet tussen mensen en machines, maar tussen mensen die AI leren gebruiken en mensen die dat niet doen. Of je nu vrijwilliger bent, professional, zzp’er of gepensioneerd: basiskennis van AI-tools, hun mogelijkheden en hun beperkingen wordt steeds belangrijker.
Binnen HCC!ai ligt hier een duidelijke rol. Niet door angstverhalen te herhalen, maar door leden te helpen begrijpen hoe AI het werk verandert, welke vaardigheden relevant blijven en hoe je zelf de regie houdt. AI vervangt zelden mensen. Mensen die stilstaan, lopen wél het risico vervangen te worden door mensen die AI beter inzetten. Dat is geen doemscenario, maar een uitnodiging om te blijven leren.