Waarom grote technologische revoluties altijd hetzelfde patroon volgen deel 3 - Waarom AI misschien meer lijkt op elektriciteit dan op software

,

Hoogspanningsmasten in de mist

Aan het einde van de negentiende eeuw konden mensen de elektrische revolutie letterlijk zien. In vrijwel iedere stad verschenen elektriciteitscentrales. Straten gingen open voor de aanleg van kabels. Fabrieken werden verbouwd. Overal verrezen transformatorhuisjes en hoogspanningsleidingen. Wie toen had rondgelopen, had waarschijnlijk gedacht dat elektriciteit vooral een enorme bouwkundige onderneming was. Pas veel later werd duidelijk dat al die investeringen slechts het fundament vormden voor een veel grotere verandering. Zonder elektriciteitsnet zouden er geen koelkasten, wasmachines, liften, metro’s, computers of internet zijn geweest. De infrastructuur kwam eerst. De toepassingen volgden daarna. Misschien staan we vandaag opnieuw op zo’n moment.


We praten over AI, maar bouwen aan iets anders
Wie het nieuws volgt, leest vooral over nieuwe AI-modellen, slimme chatbots en razendsnelle ontwikkelingen in beeld- en spraakherkenning. Dat zijn zonder twijfel indrukwekkende toepassingen. Maar achter de schermen gebeurt misschien iets dat op langere termijn veel belangrijker is.

Over de hele wereld worden nieuwe datacenters gebouwd. Chipfabrikanten investeren honderden miljarden euro’s in nieuwe productiefaciliteiten. Elektriciteitsbedrijven breiden hun netwerken uit. Netbeheerders waarschuwen dat de vraag naar stroom sneller groeit dan jarenlang werd verwacht. Er wordt opnieuw gesproken over kernenergie, grootschalige batterijopslag en geavanceerde koelsystemen.

Dat lijkt op het eerste gezicht los te staan van kunstmatige intelligentie. Toch zijn al deze ontwikkelingen rechtstreeks met elkaar verbonden.

AI draait niet op software alleen
Het is verleidelijk om AI uitsluitend als software te zien. We typen een vraag in, krijgen een antwoord terug en sluiten de browser weer af. Alles lijkt zich af te spelen op het scherm. In werkelijkheid gebeurt het tegenovergestelde.

Achter iedere vraag schuilt een enorme fysieke infrastructuur. Tienduizenden gespecialiseerde processoren voeren tegelijkertijd berekeningen uit. Datacenters verbruiken grote hoeveelheden elektriciteit. De warmte die daarbij vrijkomt moet worden afgevoerd. Glasvezelverbindingen transporteren enorme hoeveelheden gegevens tussen gebruikers en rekencentra.

AI is dus misschien wel de meest fysieke digitale technologie die we ooit hebben ontwikkeld. Dat klinkt als een tegenstelling, maar juist daarin schuilt iets bijzonders.

De digitale wereld wordt weer tastbaar
Jarenlang leek digitalisering juist te betekenen dat de fysieke wereld minder belangrijk werd. Muziek verhuisde van cd’s naar streamingdiensten. Boeken werden e-books. Fotoalbums verdwenen naar de cloud. Vergaderen kon via een beeldscherm. Daardoor ontstond gemakkelijk het idee dat digitale technologie vrijwel geen fysieke beperkingen meer kende.

AI laat zien dat dit beeld onvolledig is. Hoe slimmer de modellen worden, hoe groter de behoefte aan chips, elektriciteit, koeling, water, grondstoffen en snelle verbindingen. Digitalisering verdwijnt dus niet uit de fysieke wereld. Zij wordt er juist steeds afhankelijker van.

De volgende infrastructuurrevolutie?
Hier ontstaat een opvallende historische parallel. De stoommachine vergrootte de vraag naar steenkool. Elektriciteit vergrootte de behoefte aan elektriciteitscentrales en hoogspanningsnetten. De auto leidde tot wegen, bruggen en tankstations. Internet vroeg om glasvezelkabels en datacenters.

En AI? AI lijkt vooral de vraag naar energie en rekenkracht explosief te vergroten. Dat is meer dan een technisch probleem. Het verandert de manier waarop overheden, energiebedrijven en technologiebedrijven naar de toekomst kijken. Plotseling worden transformatoren, hoogspanningsstations, chipfabrieken en elektriciteitscentrales strategische voorzieningen.

Dat zijn woorden die we jarenlang vooral associeerden met de industriële economie. Nu keren ze terug in de digitale economie.

Niet de chatbot, maar de infrastructuur
Misschien is dat wel de belangrijkste les uit deze serie. Over vijftig jaar herinneren historici zich waarschijnlijk niet welke chatbot in 2026 de beste antwoorden gaf. Net zoals vandaag nog maar weinig mensen weten welke fabrikant rond 1900 de beste gloeilampen produceerde.

Wat waarschijnlijk wel herinnerd zal worden, is de periode waarin de wereld besloot massaal te investeren in een nieuwe generatie digitale infrastructuur. Zoals spoorwegen de industriële samenleving mogelijk maakten en elektriciteitsnetten de moderne economie vormgaven, zo zouden datacenters, chipfabrieken en energiesystemen wel eens de basis kunnen vormen voor de volgende economische fase.

Dat betekent niet dat AI alle eerdere technologische revoluties zal overtreffen. De geschiedenis laat zien dat iedere revolutie haar eigen kansen én beperkingen kent. Wel leert de geschiedenis ons iets anders. De grootste veranderingen ontstaan zelden op het moment van de uitvinding zelf. Zij ontstaan wanneer een samenleving besluit de infrastructuur te bouwen die nodig is om die uitvinding op grote schaal te gebruiken.

Leren kijken naar de onderstroom
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste boodschap. Technologische revoluties beginnen niet met spectaculaire demonstraties of indrukwekkende presentaties. Ze beginnen meestal onopvallend. Met investeringen in kabels, leidingen, fabrieken, energievoorziening, onderwijs en onderzoek. Met beslissingen die op dat moment weinig spectaculair lijken, maar achteraf de basis blijken te zijn geweest voor een nieuwe economische werkelijkheid.

Juist daarom is het gevaarlijk om een technologische revolutie uitsluitend te beoordelen op haar eerste toepassingen.

  • Wie in 1830 alleen naar de stoommachine keek, miste de spoorwegen.
  • Wie in 1900 alleen naar de gloeilamp keek, miste het elektriciteitsnet.
  • Wie in 1985 alleen naar de personal computer keek, miste internet.
  • En wie vandaag alleen naar een chatbot kijkt, loopt misschien het risico hetzelfde te doen.

Misschien is de belangrijkste ontwikkeling van onze tijd niet dat computers steeds beter leren denken. Misschien is het veel fundamenteler. Misschien zijn we opnieuw bezig de onzichtbare infrastructuur te bouwen waarop de volgende generatie technologieën de rest van deze eeuw zal voortbouwen. En als de geschiedenis ons één les leert, dan is het deze: de grootste revoluties herken je meestal pas wanneer ze al begonnen zijn.

Marco Mekenkamp 120x120Over de auteur

Marco Mekenkamp is eindredacteur van PC-Active. Dit 108 pagina's tellende magazine verschijnt elke twee maanden en is te koop in de winkel. Leden van HCC krijgen PC-Active zes keer per jaar thuisgestuurd als onderdeel van het HCC-lidmaatschap.

'Meld je aan voor de nieuwsbrief' van HCC!artificieleintelligentie

'Abonneer je nu op de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze activiteiten!'

Aanmelden