Kunstmatige intelligentie is in korte tijd een vast onderdeel geworden van het dagelijks leven. Sinds de opkomst van chatbots zoals ChatGPT eind 2022 gebruiken miljoenen mensen AI voor werk, studie en privédoeleinden. Ook in Nederland is het gebruik sterk toegenomen. Maar wat doet die intensieve omgang met AI eigenlijk met ons welzijn? Een recente studie van onderzoekers van Harvard werpt daar nieuw licht op en laat zien dat veelvuldig AI-gebruik mogelijk samenhangt met psychische klachten.
Groot onderzoek onder duizenden deelnemers
Voor het onderzoek werden meer dan 20.000 volwassenen uit alle Amerikaanse staten ondervraagd. De deelnemers kregen vragen over hoe vaak zij AI gebruiken en hoe zij zich mentaal voelen. De onderzoekers wilden vooral weten of er een verband bestaat tussen intensief AI-gebruik en klachten zoals somberheid, angst en prikkelbaarheid. Het onderzoek geeft daarmee een breed beeld van hoe AI in het dagelijks leven wordt ingezet.
Meer klachten bij dagelijks gebruik
Een van de belangrijkste conclusies is dat mensen die dagelijks AI gebruiken, vaker depressieve symptomen rapporteren. Bij deze groep lag de kans op matige depressieve klachten ongeveer 30 procent hoger dan bij mensen die AI weinig of niet gebruiken.
Ook gevoelens van angst en irritatie kwamen vaker voor bij intensieve gebruikers. Opvallend is dat dit verband vooral zichtbaar was bij mensen die AI voornamelijk voor persoonlijke doeleinden inzetten, bijvoorbeeld voor gesprekken, advies of ontspanning. Bij gebruik voor werk of studie werd deze samenhang nauwelijks gevonden.
Oorzaak of gevolg?
Zoals bij veel onderzoeken naar mentale gezondheid is de grote vraag: wat komt eerst? Zorgt AI-gebruik voor meer klachten, of trekken mensen met klachten juist vaker naar AI toe? Volgens hoofdonderzoeker Roy Perlis is daar nog geen definitief antwoord op te geven. Het onderzoek is een momentopname en volgt mensen niet over langere tijd. Daardoor kan niet worden vastgesteld wat oorzaak en wat gevolg is.
Het is goed mogelijk dat mensen die zich eenzaam of somber voelen, vaker gebruikmaken van chatbots. Maar het is ook denkbaar dat intensief gebruik van AI sociale contacten vermindert en zo klachten versterkt. Verdere studies moeten hier meer duidelijkheid over geven.
Vooral middelbare leeftijd kwetsbaar
De onderzoekers zagen duidelijke verschillen tussen leeftijdsgroepen. Het sterkste verband werd gevonden bij mensen tussen ongeveer 24 en 64 jaar. In de groep van 45 tot 64 jaar lag het risico zelfs meer dan 50 procent hoger bij dagelijkse gebruikers. Bij jongeren onder de 24 en bij ouderen boven de 65 werd dit effect nauwelijks waargenomen. Waarom juist de middengroep gevoeliger lijkt, is nog niet bekend. Mogelijk speelt de combinatie van werkdruk, gezinsleven en digitale afhankelijkheid hierbij een rol.
Wie gebruikt AI het meest?
Uit het onderzoek blijkt dat AI-gebruik niet gelijk verdeeld is. Mannen gebruiken AI vaker dan vrouwen. Jongere volwassenen maken er meer gebruik van dan ouderen. Ook mensen met een hogere opleiding en een hoger inkomen gebruiken AI vaker. Dat betekent dat vooral bepaalde groepen intensief met deze technologie bezig zijn, wat gevolgen kan hebben voor hun welzijn.
Overeenkomsten met sociale media
De resultaten doen denken aan eerder onderzoek naar sociale media. Ook daar werd een verband gevonden tussen intensief gebruik en negatieve gevoelens.
Volgens Perlis zijn er duidelijke parallellen. Wanneer digitale interacties menselijke contacten deels vervangen, kan dat voor sommige mensen nadelige gevolgen hebben. Het risico bestaat dat echte gesprekken, emoties en sociale steun worden ingeruild voor geautomatiseerde communicatie.
Opvallend is dat in dit onderzoek nauwelijks overlap werd gevonden tussen intensief AI-gebruik en intensief gebruik van sociale media. Het effect lijkt dus niet simpelweg een voortzetting van bekende socialemediapatronen.
Bewust omgaan met AI
De onderzoekers benadrukken dat AI een krachtig en nuttig hulpmiddel is. Het kan productiviteit verhogen, leren ondersteunen en creatieve processen stimuleren. Tegelijkertijd is het belangrijk om kritisch te blijven kijken naar hoe en waarom we AI gebruiken.
Perlis adviseert gebruikers om regelmatig stil te staan bij hun eigen gedrag: gebruik je AI als ondersteuning, of vervangt het echte contacten? Heeft het een positieve invloed op je dagelijks leven, of juist niet?
Wat betekent dit voor HCC-leden?
Voor HCC-leden onderstreept dit onderzoek het belang van een evenwichtige omgang met technologie. AI biedt veel kansen, maar is geen vervanging voor menselijk contact, sociale netwerken en persoonlijke ondersteuning.
Enkele aandachtspunten:
* Gebruik AI bewust en doelgericht
* Blijf investeren in echte sociale contacten
* Let op signalen van stress of somberheid
* Gebruik AI als hulpmiddel, niet als vervanger
* Neem regelmatig afstand van schermen en apps
Binnen HCC!ai staat niet alleen de techniek centraal, maar ook de impact ervan op mens en maatschappij. Dit onderzoek past goed in die bredere discussie.
Conclusie
De relatie tussen AI-gebruik en mentale gezondheid is complex en nog niet volledig begrepen. Dit onderzoek laat zien dat intensief gebruik samenhangt met meer psychische klachten, vooral bij bepaalde leeftijdsgroepen. Dat betekent niet dat AI per definitie schadelijk is, maar wel dat bewust gebruik belangrijk blijft.
Zoals bij veel nieuwe technologieën geldt: de manier waarop we ermee omgaan, bepaalt in grote mate het effect op ons leven.