Artificiële Intelligentie gebruikersgroep (AIgg)


Enkele tips voor het werken met Neurale Netwerken

Mensen die bezig zijn (of aan de slag willen) met neurale netwerken, en dan in het bijzonder met het programma BrainMaker, kunnen hun voordeel doen met de volgende aanwijzingen van Piet van der Pol:

  1. Werken met neurale netwerken levert snel een flink aantal files. Het is dus van groot belang meteen te beginnen met een goed logboek waarin duidelijk staat wat de naam van de file is, op welke schijf of waar die file staat, maar vooral wat er in die file anders is en waarom. Op die wijze weet je wat je hebt uitgespookt en wat het in positieve of negatieve zin heeft opgeleverd of bijgedragen aan je vraagstelling.

  2. Handleidingen goed lezen! Als je een vreemd of nieuw begrip tegenkomt wat ter plaatse niet gedefinieerd wordt: meteen in de index kijken of dit elders voorkomt en aldaar wordt uitgelegd. Amerikaanse handleidingen zijn hier berucht om.

  3. Neurale netwerken werken met facts waarvan de gegevens in rijen horizontaal gedefinieerd worden. Meerdere facts staan vertikaal onder elkaar en het aantal gegevens per fact dient gelijk te zijn. Die gegevens heten inputs en wat je te weten wilt komen dien je aan te geven als output(s).

  4. Vervolgens gaan die gegevens in de black box van het programma dat meestal een aantal neuronenlagen heeft. Het aantal neuronenlagen wordt door het programma op basis van het aantal facts, inputs en outputs automatisch ingesteld, maar is wel te beïnvloeden.

  5. De gegevens in een fact kunnen getallen zijn uitgezonderd nul. Dagen in de week of maanden in het jaar dienen niet als getallen te worden weergegeven; daar moet per dag of maand aan het gegeven symbool-betekenis worden toegekend. Hetzelfde b.v. bij man en vrouw: als je voor man getalsmatig een 1 invoert en voor vrouw -1, dan wordt met die getallen gerekend en kan de uitkomst bv. 0.75 man zijn. Elk symbool krijgt een eigen neuron.

  6. Er zijn programma's die in de display getallen tot 3 cijfers achter de komma geven en de resterende decimalen niet meer. Om te zien of dit juist is kan men de file uitvoeren naar een editor en daarin kijken en/of uitprinten wat de echte waarde is.

  7. Grote getallen die onderling weinig verschillen zijn moeilijk voor neurale netwerken. Om daaraan tegemoet te komen kan men bv. middelen en de verschillen t.o.v. dat gemiddelde invoeren. Ook normeren is een mogelijkheid.

  8. Neurale netwerken vragen om zoveel mogelijk inputs per fact. Dat heeft als bezwaar dat het benodigde aantal facts nogal snel toeneemt. Een vuistregel is dat het aantal facts moet overeenkomen met 2 tot 10 maal de som van het aantal inputs + het aantal outputs + het aantal neuronenlagen.

  9. Zorg voor eenduidigheid. Vermijd dubieuze woorden (ambiguïteit). Dit betekent goed declareren en goede procedures instellen.

  10. Het kan geen kwaad stellig zekere gegevens uit te houden om daarmee een extra controle te hebben op het waar of niet waar zijn van de output.


Terug naar het overzicht "eigen maaksels".